Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

‘Ruim twee weken werden we letterlijk bovenop het fort gelegerd’

Door Fred Braaksma

Herbestemming van forten is niet nieuw. Toen forten hun militaire functie hadden verloren, werden velen als opslag gebruikt. Een vorm van herbestemming bracht mij jaren geleden in aanraking met de Stelling van Amsterdam. Toen ik in jeugdige onbezonnenheid tekende als beroepsmilitair bij de KMS te Weert had ik, Amsterdammer, nog nooit van mijn Stelling gehoord. Geheim Landschap.

Kudelstaart 2, 1966

Vanaf jaren 60

Na militaire basisopleidingen koos ik voor de Genie. Bruggen slaan en bruggen vernielen leek mij wel wat. In de zomer van 1966 kreeg ons Genie-peloton (onderofficieren in opleiding) een opdracht; een jachthaven bouwen voor de VAFAMIL (Vakantie Faciliteiten Militairen).
Ruim twee weken werden we op het fort gelegerd. Letterlijk bovenop. In de bekende soldatententjes sliepen we boven op het aardwerk van het fort. Het was een leuke periode. Goede herinneringen aan de weekenden die we in Kudelstaart en Vrouwentroost, dorpjes aan de Westeinderplassen, doorbrachten. Paint it Black van de Rolling Stones, stond wekenlang hoog in de hitparade.
Met een heistelling op een ponton werden palen in de fortgracht gedreven en planken geslagen voor kades voor de plezierbootjes. Met groot materieel werd een doorbraak in de kade gemaakt om toegang tot de plassen mogelijk te maken. Het bleek een duurzaam project. Nu, in 2015 is de jachthaven nog vol in functie. De Stelling van Amsterdam bleef voor mij toen nog steeds onbekend.
Na als militair ook nog wat forten van de Hollandse Waterlinie gezien te hebben bleek het burgerleven toch teveel te trekken. Amsterdam bruiste. Popmuziek en Provo tegen de strakke discipline van het leger. Dat botste te vaak met wat ik Amsterdam tegen kwam. Tijd om weer burger te worden. En dat lukte wonderwel vrij eenvoudig.

Kudelstaart 3, 1966

Vanaf jaren 80

Tot diep in de jaren 80 kwam ik geen fort meer tegen. Ik was mij er in ieder geval niet van bewust. In mijn vrije tijd was ik wel fervent tourfietser geworden waarbij rondjes van 100 a 200 km geen uitzondering waren. Ik kwam dan regelmatig kleine ANWB bordjes tegen met “Fortenroute”. Nieuwsgierig volgde ik deze bordjes en ontdekte langzaam de keten van forten die de Stelling van Amsterdam vormde. Zo heb ik meerdere malen de hele Stellingroute gefietst. 's Morgens vroeg vanuit Zaanstad via Beemster richting Edam, langs de dijk naar Schellingwoude en door naar Muiden. Dan westwaarts richting Abcoude, Hoofddorp en Vijfhuizen en weer noordwaarts. Tijd om forten te bezoeken was er natuurlijk niet. Trouwens, alles was toch altijd gesloten. Maar ik was inmiddels wel nieuwsgierig naar deze forten geworden. Dat de ANWB zijn bordjes vervangen heeft voor knooppunten routes vind ik, voor de Stelling, nog steeds een misser. Wat is mis met een thema route?

Kudelstaart 1, 1966

En nu

Toen in 2006, na vervroegd pensioen, in een regioblad een vrijwilliger werd gevraagd om voor Fort aan Den Ham een slapende website tot leven te brengen en te beheren viel alles op zijn plek. Eerst website maken. Daar was informatie van het fort en de Stelling voor nodig. Gelukkig ruim voorhanden op Internet waarbij de website van René Ros zeker niet ongenoemd kan blijven. Dan af en toe een rondleiding geven en zo rol je snel in een bestuursfunctie. De val waar je als vrijwilliger ongemerkt inloopt. Geen ramp. Ik was er zelf bij. Begonnen met enkele vrijwilligers, groeide de vrijwilligersgroep tot zo’n 25 nu. De Stichting Fort aan Den Ham bestaat in 2015 al weer 20 jaar. Onder hoede van Stadsherstel Amsterdam kunnen we het werk in en buiten het fort goed aan en proberen we een fort te maken wat aantrekkelijk voor het publiek is. We slagen daar o.i. goed in.
Graag geef ik het stokje door aan Ger Fritz van het Fort bij Edam.

Geüpload 05-02-2015

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.