Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

Een uniek stukje Nederlandse Militaire Geschiedenis

Ik dank Ron Zeller en Pim Griffioen van het Torenfort bij Weesp voor het doorgeven van de pen. Zo zie je hoe het platform van fortbeheerders van de Stelling boeiende contacten en gesprekken opleveren.

Fort bij Veldhuis

Mijn geheugen gaat terug naar de jaren ’60. Reizend met de trein van Amsterdam naar Haarlem liep de spoorweg nog vlak langs Fort aan de Liebrug. Dat vond ik als kind geweldig interessant. Niet zozeer het fort zelf, maar vanwege de schilderingen van de Duitsers. Zij schilderden in de Tweede Wereldoorlog bij de ramen gordijntjes en bloempotten. Die schilderingen waren in de jaren ’60 nog goed te zien. Dus elke keer als de trein Halfweg naderde, drukte ik mijn neus tegen het treinraam om niets van het schouwspel te missen, want met 120 km per uur raas je er snel voorbij. Toen had ik nog niet het besef dat dit fort deel uitmaakte van een groter geheel.

In de jaren daarna kwam ik regelmatig langs forten. Zo heb ik in de jaren ’70 diverse malen gevist in de fortgracht van Fort bij Uithoorn. In de jaren ’80 ben ik in militaire functie wel eens op Fort bij Veldhuis geweest, maar realiseerde mij toen nog steeds niet het samenhangende geheel. Ik vond het erg interessant en wist dat het mobilisatiecomplexen waren.

Fort bij Veldhuis

In 2004 raakte ik betrokken bij de Aircraft Recovery Group 1940-1945. Een stichting die onderzoek doet naar de luchtoorlog 1940-1945 en geheel uit vrijwilligers bestaat. Deze stichting exploiteert het Luchtoorlogmuseum Fort bij Veldhuis. Twintig jaar na mijn eerste bezoek ontdekte ik het prachtige museum. In de functie van secretaris bij dit fort kwam ik al snel in aanraking met mensen van de provincie Noord-Holland, Cultuurcompagnie Noord-Holland, René Ros en vele anderen. Als snel viel de Stelling met al haar forten op zijn plaats en ging ik er meer over lezen en praten. Zo werd mij al snel duidelijk wat een boeiend bouwwerk het eigenlijk is. Gebouwd als militair verdedigingswerk zorgde het voor een mooie twee kilometer brede groenstrook om onze hoofdstad. Hoewel aangelegd als militair verdedigingswerk heeft het nooit als zodanig gefunctioneerd. Na de Eerste Wereldoorlog was de effectiviteit van de Stelling achterhaald.

Fort bij Veldhuis

Als ik ‘mijn’ eigen fort onder de loep neem, heeft het altijd een militaire functie gehad. Het is gebouwd vanaf 1897. In de Eerste Wereldoorlog was het in gebruik als verdedigingswerk met een voltallige bezetting. In 1939 werd het fort, na de mobilisatie van het Nederlandse leger, met de opkomst van Nazi-Duitsland weer als verdedigingswerk in gebruik genomen. Het fort was daar eigenlijk niet meer voor geschikt. Na de capitulatie in 1940 werd Fort bij Veldhuis in gebruik genomen door het Duitse leger, dat het de hele oorlog als kazerne gebruikt heeft. Zij bouwden een keuken, een hellingbaan en een zoeklichtremise. Na de oorlog werd Veldhuis een detentiekamp voor politieke delinquenten. Tussen circa 1940 tot 1987 werd het een mobilisatiecomplex, tot de val van de muur in Berlijn en de meer ontspannen verhouding tussen Oost en West. Sinds 1987 werd het de basis van de Aircraft Recovery Group 1940-1945. Hoewel de Stelling niet de corebusiness is van de stichting, vertellen wij erover tijdens rondleidingen, tijdens bezoek van scholen en niet te vergeten aan nabestaanden van geallieerde vliegers die ons museum bezoeken.

Dus voor mij is de Stelling vanAmsterdam een uniek stukje Nederlandse militaire geschiedenis. Ik wil de pen graag doorgeven aan Roel Laffra en Fred Braaksma van Fort aan den Ham voor een verhaal in het Geheugen van de Stelling.

Harm van der Laan
Secretaris Aircraft Recovery Group
1940-1945 Fort bij Veldhuis

Geüpload 13-01-2015

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.