Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

"Zodra je door die poort gaat, ben je in een heel andere wereld"

Hans Tieken over pannenkoeken en ondernemen in een honderd jaar oud fort

Pannenkoekenfort Binnen

Floris van Bodegraven

UITHOORN - Voor de entree van zijn pannenkoekenrestaurant in Fort aan de Drecht geniet Hans Tieken van de zon. Nu heerst er nog een bijna serene rust op het fort. Als de eerste gasten zo komen, wordt die verbroken. “De rust hier ’s ochtends is heel prettig”, vindt de ondernemer. “Zodra je door die poort gaat, ben je in een heel andere wereld.”

Het Pannenkoekenfort van Hans Tieken en zijn dochter Peggy is inmiddels een ruime maand geopend. Het gaat goed met het bedrijf: de combinatie van het oude fort en pannenkoeken lijkt aan te slaan.

“Een pannenkoekenhuis staat en valt bij de locatie”, vertelt Hans Tieken. “Ik was al een paar jaar op zoek naar een goede plek voor een pannenkoekenrestaurant hier in de buurt. Toen ik hoorde dat deze plek vrijkwam, dacht ik: dit is het.” Want een pannenkoekenhuis is iets heel anders dan een doorsnee restaurant, legt Tieken uit. “Het heeft wel wat van een fastfoodrestaurant. Mensen komen binnen, bestellen meteen en willen hun eten snel hebben, zodat de kinderen daarna kunnen gaan spelen. Al blijven de ouders dan vaak wel lang zitten.”

Het ruim honderd jaar oude fort bood Tieken wat hij zocht. Een plek met karakter. “Dat fort heeft wat mysterisch, wat spannends voor kinderen. Bovendien is er de ruimte om te spelen, binnen en buiten. En het ligt lekker in het groen.”

Pannekoekenfort buiten

Losse floders
Tieken heeft geprobeerd het karakter van het fort terug te laten komen in het interieur. De meubels zijn gemaakt uit onbewerkt hout, oude, bijna brokante lampen hangen boven de tafels. De vloer bestaat uit een imitatie van hergebruikt hout. De menukaart verwijst met pannenkoeken met namen als ‘Losse flodder’, ‘Kazemat’ en ‘Samurai’ op speelse wijze naar het militaire verleden van het fort. In een van de zijruimten is een kinderspeelzaal ingericht, compleet met piratenschip en tv. “Veel pannenkoekenhuizen hebben een beetje een ‘hans-en-grietje’-uitstraling. Wij niet”, vertelt hij.

Er waren wel wat aanpassingen nodig om het fort geschikt te maken voor de nieuwe functie. Zo moesten er grote gaten in het tweeënveertig centimeter dikke beton van het dak worden geboord voor de afzuiging van de kookplaten en was de akoestiek een probleem. “Een restaurant vol kinderen maakt nogal wat lawaai”, lacht Tieken. “Dat wil wel galmen in zo’n fort.” Daarom is het gewelfde plafond van het fort voorzien van een laag absorberend schuim. Verder is het tapijt van de vorige huurder verwijderd. “Dat is geen doen, met al die suiker en de stroop, dat trekt insecten aan.” Van insecten heeft hij sowieso wel last: het fort is omringd door groen en een sloot die vol leven zit.

Verder heeft de horecaondernemer alle gevaarlijke ruimten afgezet. Zo kunnen kinderen niet in de uitkijkkoepels klimmen en is ook de ontijzeringsinstallatie ontoegankelijk. Het water uit de waterkelder wordt gebruikt om de toiletten door te spoelen.

Bosuilen
Met het buitengebied is Tieken weinig van plan. “Ik hou van de natuur. Er zitten nu bosuilen op het dak. Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat die hier door mij verdwijnt.

“De vaste vorm van het fort maakt het lastig om het gebouw naar je wensen in te richten. Je kunt niet zomaar zeggen: daar wil ik een raam, daar wil ik een reclamebord”, vertelt de Uithoornse horeca-baas, die ook restaurant ‘Het Rechthuis aan den Amstel’ opzette. “Maar dat maakt het juist een leuke uitdaging. Ik zou geen restaurant in een winkelstraat willen hebben, ik hou van wat moeilijkere locaties.”

Geüpload 29-10-2014

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.